Enkele gastsprekers uitgelicht: Naomi en Ron
donderdag, 08 januari 2026
Gastsprekers uitgelicht
In elke nieuwsbrief worden enkele gastsprekers nader uitgelicht. Naomi Waas (1942) uit Amsterdam voelde zich lange tijd schuldig, want waarom had zij overleefd en alle anderen niet? En Ron Meijer (1946) uit Breda ontdekte pas op latere leeftijd dat zijn vader zijn vader niet was, en dat hij een kind van de vijand bleek te zijn.
Naomi Waas

Ik ben in 1942 in Amsterdam geboren als dochter van Salomon Waas en Esztera Rothova. Mijn moeder was in 1936 al als Joodse vluchteling uit Hongarije naar Nederland gekomen, en ze trouwde met mijn vader die begrafenisondernemer was bij de Joodse Gemeente. Toen er een oproep kwam voor mijn moeder om zich met haar baby, mij dus, te melden voor transport naar Westerbork, werd besloten om mij te laten onderduiken.
Via verzetsgroep Rengelink werd de onderduik geregeld. Mijn eerste onderduikadres was in Hoofddorp, maar daar werd ik verraden. Uiteindelijk kwam ik terecht bij familie Kuipers in het Friese IJlst. Ik kreeg een schuilnaam, voortaan heette ik Loekie Molenaar, en ik was zogenaamd een Rotterdams oorlogsevacuéetje. Er waren nog veel andere onderduikers, in het piepkleine huisje of de nabijgelegen molen. Het was natuurlijk erg gevaarlijk, zo’n klein Joods kind in dat gezin, maar het ging goed.
Na de bevrijding begon voor mij de oorlog…
Mijn moeder bleek te zijn vermoord in vernietigingskamp Sobibor in Polen. En mijn vader heeft mij ‘teruggevonden’, kwam mij ophalen, maar kon helemaal niet voor mij zorgen. Daarom heeft mijn Friese onderduikmoeder mij weer bij mijn vader weggehaald, ik kwam tijdelijk weer terug in IJlst, totdat vader een Joods pleeggezin voor mij vond.
Ik werd echter niet begrepen, want men dacht dat ik als peuter-kleuter niet veel had ‘ervaren’ van de oorlog. Toen ik zes jaar was hebben ze mij naar een psychiater gebracht, maar ik heb nooit een woord tegen hem kunnen spreken. Ik voelde mij waardeloos, want ik mocht immers niet bestaan en ik voelde mij schuldig. Schuldig dat ik had overleefd en zoveel anderen niet.
Inmiddels gaat het goed met mij. Tegenwoordig zeg ik: ik leef al 83 jaar langer dan Hitler gewild heeft. Wat zal ik klagen? Ik heb zo vaak dood willen zijn, er niet meer willen zijn, maar nu ik 83 ben wil ik juist nog blijven leven! Eindelijk op mijn pootjes terechtgekomen.
Naomi alias Loekie, staand
Ron Meijer
Ron Meijer (links) met pleegvader in Japan
Ik was een kind van de vijand, ook hier in Nederland. Dat was erg zwaar. In 1946 ben ik geboren te Nederlands-Indië op het eiland Celebes, maar groeide op in Nederland. Mijn moeder was Indisch-Nederlands en mijn vader had als krijgsgevangen KNIL-militair in Japan dwangarbeid moeten verrichten. Vader had verschrikkelijke dingen meegemaakt tijdens de oorlog, hij overleefde de atoombom op Nagasaki, en daarom had hij soms ook ‘losse handjes’ ten opzichte van mij. Een vaderfiguur was hij niet echt, hij kon mij geen liefde geven. Gelukkig was mijn moeder beschermend en heb ik geen slechte jeugd gehad.
Maar de schok kwam pas later, op mijn zevenenveertigste…
Want toen kreeg ik te horen dat mijn vader mijn vader niet was! Dat hij dus mijn pléégvader was. Ik bleek de zoon te zijn van een Japanse soldaat, een marineman waarop mijn moeder verliefd was geworden. Door zijn status als Japanse marineman kon hij bescherming bieden aan het gezin van mijn moeder tijdens de oorlog. Ik ben, gelukkig, geboren uit een liefdesrelatie en niet uit een gedwongen seksuele handeling. Maar na de bevrijding verdween hij uit beeld en trouwde mijn moeder met een andere man, die dus mijn ‘pleegvader’ werd maar waarvan ik dacht dat hij mijn vader was.
Ik kon het moeilijk verkroppen dat ik een Japanse vader bleek te hebben. Je te moeten realiseren dat je een kind van de vijand bent was erg zwaar. Maar toen ik het wist, snapte ik ook beter waarom sommige dingen in mijn jeugd waren zoals ze waren. Zoals kleine dingetjes die altijd vernederend voor mij bedoeld waren, en bepaalde conflicten die ik had. Het werd mij opeens erg duidelijk.
Mijn relatie met mijn pleegvader werd er beter op, en ik ben hem dankbaar dat hij ondanks zijn eigen verschrikkingen uit de oorlog toch zijn naam aan mij heeft willen geven, want ik draag zijn achternaam. Het moet voor hem ook moeilijk zijn geweest om mij, als ‘kind van de vijand’, te accepteren. In 1998 maakten mijn pleegvader en ik een verwerkingsreis naar Japan, dat heeft ons beide erg goed gedaan.
Ter ere van mijn pleegvader was ik samen met mijn echtgenote aanwezig bij de onthulling van het monument voor de krijgsgevangenen van kamp Fukuoka 14b in Nagasaki in mei 2023 en de herdenking van 80 jaar na de A-bom op Nagasaki in mei 2025 waarbij onze zoon ook aanwezig was.
Ik ben als gastspreker begonnen omdat het verhaal van de vergeten oorlog in Zuidoost-Azië ook op scholen verteld moet worden. Zolang ik instaat ben om dit voor de klas te doen zal ik blijven gaan. Mijn pleegvader zei ‘Je moet leren Vergeven maar niet Vergeten.’ Zelf wil ik daar aan toevoegen: ‘We moeten leren écht naar elkaar te luisteren en de verbinding zoeken en niet de verwijdering.’
Het verhaal van mijn pleegvader Lex Meijer is te zien op de website van krijgsgevangenkamp Fukuoka 14B www.fukuoka14b.org
